|
Hoewel ik een flink aantal cd’s van hem in mijn kast heb staan, wist ik eigenlijk weinig van David Bowie. Hij leek me een ongrijpbaar figuur, mysterieus, met een groen en een blauw oog en een divers repertoire dat meandert tussen Bertolt Brecht, Britpop, technorock en Phillysoul.
Bowie is inderdaad een wereldburger, zo blijkt uit de onlangs verschenen biografie Starman, van Paul Trynka. Maar niet de ongenaakbare visionair die ik had verwacht. Zijn stormachtige huwelijk met Angie wordt pijnlijk accuraat beschreven en ook blijkt uit dit boek dat Bowie mensen vaak afdankte als hij ze niet meer kon gebruiken. Wat zijn oog betreft: een jeugdvriend sloeg hem op zijn gezicht tijdens een ruzie over een meisje en sindsdien staat zijn pupil van zijn rechteroog wijd open waardoor het een andere kleur lijkt te hebben. David heeft zijn vriend hier later nog wel voor bedankt omdat het mooi bijdroeg tot zijn image.
Starman komt een beetje traag op gang, maar vanaf dat het Bowie voor de wind gaat, schakelt Trynka in een hogere versnelling. Hij heeft talloze mensen geïnterviewd en schetst een boeiend en overtuigend beeld van de Ziggy Stardust periode, het succes dat erop volgde en de schaduwzijde daarvan. Natuurlijk zou het fijn zijn om te lezen wat David zelf te vertellen heeft over bv. zijn Berlijnse jaren, maar helaas herinnert hij zich hiervan door overmatig cocaïnegebruik niet veel meer. Aan de (muzikaal gezien niet erg interessante) periode na Let’s Dance besteedt Trynka gelukkig niet al teveel aandacht. Tegenwoordig is Bowie een eerzaam huisvader, gelukkig getrouwd met voormalig fotomodel Iman (uit de Tia Maria reclame) en heeft hij sinds 2003 geen nieuwe plaat meer gemaakt.
Bowie blijkt iemand die zich vaak met de juiste muzikanten wist te omringen. Het is veelzeggend dat veel gitaristen die voor hem hebben gewerkt, claimen het leeuwendeel te hebben bijgedragen aan zijn muziek, maar moesten toegeven dat hun eigen carrière daarna niet veel voorstelde. Blijkbaar haalde Bowie toch het beste bij hen naar boven. Trynka geeft de superster een menselijk gezicht en eindigt zijn boek met een mooi citaat van de Schotse muzikant Momus: “Bowie wasn’t just a rock star in the seventies – he was an exemplary creative animal. He took influences from so many sources: from Kabuki, from Jean Genet and William Burroughs, from the New York downtown art scene, from Die Brücke, and so on. Because of his influence, musicians could take their cue from other art forms. I saw an interview with him where he said he thought he might have been a good teacher if he hadn’t been a rock star because he loves introducing people to cultural things and seeing their excitement. And I thought, Well, you’ve been both!” (Leo)
(bestellen van deze titel: mail naar
Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots, u heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
) |